Vermaatschappelijking AIVD dringend noodzakelijk

Paul H.A.M. Abels

We leven niet meer in de tijden van de Koude Oorlog. Toen ik in 1984 begon als analist bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) was inlichtingenwerk nog vooral een ragfijn spel van spionnen ontmaskeren, hen persona non grata verklaren en daarna weer gaan speuren naar diens opvolger, teneinde ook deze weer te betrappen op activiteiten die in strijd waren met zijn (vaak diplomatieke) status. De toenmalige BVD deed zijn werk in stilte. Weinig Nederlanders wisten van het bestaan van deze dienst en weinigen hadden er een mening over. Hoe anders is het tegenwoordig. Door nieuwe dreigingen als terrorisme, extremisme, inmenging, cyberaanvallen en heimelijke politieke inmenging door vreemde mogendheden raakt het inlichtingenwerk vele onderdelen van het maatschappelijk leven. En iedereen heeft er een mening over.

Toezicht op geheime diensten
Inmiddels is de tijd ook voorbij dat diensten in het diepste geheim en buiten elk zicht van politiek en samenleving hun werk kunnen doen. In een moderne, transparante democratie moeten zelfs inlichtingen- en veiligheidsdiensten rekening en verantwoording afleggen over hun doen en laten. Hun bevoegdheden zijn nauwkeurig omschreven en de inzet ervan aan strikte criteria gebonden. De oude wet die het werk van de diensten reguleerde, uit 2002, regelde al sterk en onafhankelijk toezicht achteraf door een Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTIVD). In de nieuwe wet, waarover op 21 maart een referendum wordt gehouden, is dit onafhankelijke toezicht verder versterkt, door ook een onafhankelijk oordeel vooraf te organiseren met een nieuwe Toezichtscommissie Inzet bevoegdheden (TIB). Ook zijn er bijzondere bepalingen geformuleerd over bijvoorbeeld het onderzoeken van journalisten en advocaten en is er een klachtencommissie toegevoegd aan de CTIVD. Burgers kunnen zich wenden tot die commissie als zij denken door de diensten benadeeld te zijn en het oordeel van deze commissie is bindend.

Meer transparantie
Met de WIV 2017 is formeel zeer veel van het werk van de diensten geregeld en gereguleerd, maar impliciet bevat de nieuwe wet ook een opdracht aan de diensten om meer dan in het verleden transparant te zijn over hun keuzes, werkwijzen en resultaten. Tegelijk mogen de diensten natuurlijk geen geheimen prijs te geven waarvan het bekend worden schadelijk is voor het inlichtingenwerk, de bronnen of de nationale veiligheid. Dat diensten een natuurlijke neiging tot ‘oesteren’ hebben is daarom begrijpelijk, maar deze oesterkramp zal daadwerkelijk doorbroken moeten worden. Het huidige debat in het kader van het WIV-referendum maakt dit meer dan duidelijk. Burgers willen begrijpen waarom wij geheime diensten nodig hebben, hoe ze in grote lijnen tewerk gaan en hoe ze worden gecontroleerd en afgerekend. Zij verwachten dat de diensten en hun politiek-ambtelijke leiding hierover helder communiceren.

Vertrouwen van de burger
Voor de diensten zelf zijn vertrouwen en maatschappelijk draagvlak ook van groot belang. Er moet niet alleen politiek draagvlak in de Kamer zijn voor hun werk. Zij hebben ook de steun nodig van burgers en bedrijven. Als geen ander zijn de diensten immers afhankelijk van hun medewerking bij het vergaren van informatie. Zij zullen altijd mensen nodig hebben die bereid zijn als informant op te treden of zelfs als agent in een riskante omgeving, ook hebben ze hulp van bewoners of bedrijven nodig als zij afluisterapparatuur willen plaatsen bij een target of digitale communicatie willen onderscheppen. Zelfs voor het inwinnen van informatie in het kader van veiligheidsonderzoeken voor bijzondere vertrouwensfuncties moet er aangebeld kunnen worden bij buren, vrienden of collega’s van betrokkene.

Geheime dienst en maatschappij
Om dit vertrouwen van de burgers te winnen en te behouden zullen de diensten meer dan voorheen moeten communiceren. Nu gebeurt dat vooral door het diensthoofd, maar er zijn tal van andere manieren waarop informatie en inzicht geboden wordt over de dreigingen waarmee ons land te maken heeft en wat er tegen gedaan kan worden. Te denken valt aan het jaarverslag, open rapportages, achtergrondgesprekken met journalisten, maar ook presentaties en colleges voor bedrijven, studenten en andere geïnteresseerden. Het referendumdebat is in dat opzicht een goede aanzet voor een verdere vermaatschappelijking van de dienst, die dringend noodzakelijk is in een moderne democratische samenleving. Noodzakelijk voor de burgers, voor de diensten én de nationale veiligheid.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *