ISGA in debat over de WIV

De ISGA onderzoeksgroep Intelligence and Security mengt zich druk in het debat over de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en het aanstaande referendum. Bijzonder hoogleraar Governance of Intelligence and Security Services Paul Abels ging bijvoorbeeld in zijn Oratie Abels in op de vraag hoever de politiek-bestuurlijke invloed op de diensten mag gaan. Hij vroeg aandacht voor de gevaren die zijns inziens kleven aan de in de wet opgenomen Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen en Veiligheid (zie ook paragraaf 2.4.3 van de Memorie van Toelichting op de wet.

Abels sprak, net als Jelle van Buuren en Constant Hijzen met het de journalisten achter het initiatief ‘Wiv onder de loep’. In verschillende podcasts en filmpjes gaan ze in op de verschillende dimensies van het politieke en maatschappelijke debat over de diensten. Zij nemen ook deel aan het WIV-onder-de-loep-debat, donderdag 1 maart in Nieuwspoort. Aanmelden voor dit debat kan via email.

Constant Hijzen sprak ook met de onderzoeksjournalisten van het platform Numrush, die een drieluik ‘Goed ingelicht’ opnamen. Die is hier terug te luisteren.

Wat denkt de politiek over de Wiv 2018?

Tim Dekkers

In februari 2017 is er in de Tweede Kamer gestemd over de nieuwe Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten 2017. Destijds heeft een meerderheid gestemd voor de nieuwe wet. Ook in de Eerste Kamer is het wetsvoorstel in juli 2017 aangenomen. Echter is het maatschappelijk debat rondom de Wiv pas echt op gang gekomen nadat studenten van de UvA een aanvraag voor een referendum hebben georganiseerd. Sindsdien zijn ook politici meer benaderd voor reacties en hun mening over de Wiv. Middels deze blog willen we een overzicht geven van de visies die politieke partijen en politici hebben zowel op de nieuwe Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten en het aankomende referendum zoals deze in de media te vinden zijn.

Voorstanders
De VVD is duidelijk voorstander van de Wiv. Zowel in de Tweede als Eerste Kamer hebben de VVD fracties gestemd voor de invoering van de nieuwe Wiv. Kamerlid Ockje Tellegen heeft aangegeven dat de VVD het een pure noodzaak vindt dat de nieuwe wet er komt. Ook Minister President Mark Rutte heeft zijn steun uitgesproken voor het uitbreiden van de bevoegdheden van de AIVD en de MIVD. Het referendum zal daar wat betreft de VVD ook niet veel verandering in brengen, ook al verwacht zij dat de uitkomst hiervan positief zal zijn voor de Wiv. Ook het CDA is voorstander van de nieuwe Wiv getuigende hun stem voor in de Tweede en Eerste Kamer. Fractievoorzitter Sybrand Buma heeft aangegeven dat de wet er moet komen en ook kamerlid Mustafa Amhaouch is voor de Wiv. Het CDA heeft echter wel kritische reacties gekregen op de reactie van Buma op het referendum. In de Volkskrant gaf de fractievoorzitter aan dat hij het resultaat van het referendum naast zich neer zal leggen. Een van de argumenten hiervoor is de toekomstige afschaffing van het referendum, wat ook het aankomende referendum van zijn waarde zou ontdoen. De PvdA heeft in zowel de Tweede als Eerste Kamer voor de nieuwe Wiv gestemd. Inhoudelijk heeft de PvdA na de aankondiging van het referendum echter geen duidelijk stelling genomen, wat onder andere blijkt door de stelling dat “Iedere PvdA’er moet zelf weten of hij voor of tegen de wet is.” De partij heeft dan ook aangegeven geen campagne te gaan voeren rondom de Wiv. Hoewel de PVV in zowel de Tweede als Eerste Kamer voor de wet heeft gestemd, is de partij niet prominent aanwezig in het debat rondom de Wiv. Wel heeft partijleider Geert Wilders kritisch gereageerd op de opmerking van Sybrand Buma dat hij het referendum zal negeren. De Christen Unie is voor de nieuwe wetgeving en geeft aan dat de wet te belangrijk is om middels een referendum te stoppen.

De positie van D66 ten opzichte van de Wiv is aanzienlijk veranderd. Waar de partij in de Tweede en Eerste Kamer nog tegen het voorstel heeft gestemd, zijn de onderliggende bezwaren weggenomen in het nieuwe regeerakkoord. D66 is daarom voor de invoering van de Wiv. Alexander Pechtold heeft aangegeven dat de nieuwe wet nodig is en dat het intrekken van de bevoegdheden niet verstandig zou zijn. Wel heeft de partij enigszins moeite met de opmerking van Sybrand Buma dat deze de uitkomst van het referendum zal negeren, ondanks het vertrouwen dat D66 heeft in een positieve uitkomst van het referendum. De jongerentak van D66, de Jonge Democraten, zijn daarentegen bij hun standpunt tegen de Wiv gebleven.

Tegenstanders
De visie van Groenlinks op de Wiv is duidelijk: ze zijn zeer kritisch op de nieuwe bevoegdheden. In zowel de Tweede als Eerste kamer stemde de partij tegen de uitbreiding van de bevoegdheden van de AIVD. De privacy van burgers zou teveel worden aangetast. In zowel de Tweede als Eerste kamer heeft de SP tegen de WIV gestemd.  Ook Rood, de jongerentak van de SP, spreekt zich sterk uit tegen de nieuwe Wiv. De SP steunt het referendum dan ook en heeft een debat aangevraagd naar aanleiding van de opmerking van Sybrant Buma over het negeren van de uitslag hiervan. SP-kamerlid Ronald van Blaak heeft daarbij aangegeven dat hij of de nieuwe WIV wel effectief gaat zijn. Het Forum voor Democratie heeft aangegeven sterk voor het referendum te zijn en roept mensen op te gaan stemmen, waarbij ze vooral ingaat op de privacy implicaties voor burgers.

Ter conclusie
Op basis van de berichten zoals deze in de media zijn verschenen kan worden geconcludeerd dat een meerderheid van de politieke partijen, inclusief de grootste partijen, voor de invoering van de nieuwe Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten is. Of de uitkomst van het referendum hier verandering in gaat brengen valt nog te bezien, aangezien door enkele partijen wordt aangegeven dat ze uitkomst van het referendum niet zullen overnemen. Interessant is wel dat de discussie over voor of tegen de nieuwe wetgeving niet diepgaand is in de besproken media. Hoewel partijen en partijleden hun positie aangeven, wordt deze positie niet vaak onderbouwd. Veel verder dan dat de nieuwe wetgeving nodig is voor de veiligheid of dat het schadelijk zou zijn voor de privacy gaat de argumentatie niet.

De privacy-illusie

Liesbeth van der Heide

De nieuwe WIV heeft tot veel controverse geleid in Nederland, uitmondend in het referendum op 21 maart. Voor-en tegenstanders laten zich horen, waarbij voor de tegenstanders een argument heel belangrijk is om niet in te stemmen met de voorgestelde WIV, namelijk: het ondermijnt de privacy.

In de nasleep van Snowden, Wikileaks, de Panama Papers en de Pentagon Papers zijn veel mensen wantrouwig geworden als het gaat om surveillance door de overheid. Tegenstanders van de wet vrezen dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten teveel vrijheden krijgen bij het verzamelen van informatie over burgers. Het is dan ook niet voor niets dat de wet in de volksmond al snel als ‘sleepwet’ werd betiteld.

In de discussie valt op dat de argumenten aan de oppervlakte blijven. De intiatiefnemers van het referendum geven aan dat ze hopen dat door het referendum een inhoudelijk debat op gang zal komen. Tegelijk lijken ze zelf niet veel verder te komen dat platitudes als ‘privacy is een fundamenteel mensenrecht’. Gezien het feit dat de meeste mensen zelf met het grootste gemak allerlei persoonlijke data delen via internet en meerdere onderzoeken concluderen dat de gemiddelde burger geen idee heeft wat er met zijn of haar data gebeurt, lijkt er sprake van een privacy illusie. Privacy: wel heel belangrijk maar geen idee over welke privacy we het precies hebben.   

Privacy heeft altijd betrekking op de persoonlijke levenssfeer; het verwijst naar de mogelijkheid datgene wat persoonlijk wordt geacht ook te kunnen beschermen tegen de buitenstaander (de staat of de medeburger). In het debat over de WIV wordt vooral gesproken over informationele privacy, de bescherming van persoonlijke gegevens tegen inmenging of surveillance van de overheid.

Privacy wordt in het debat over de WIV neergezet als een absoluut recht dat niet geschonden mag worden (vaak met verwijzingen naar ‘onschuldige burgers’). Om twee redenen klopt die opvatting niet. Wij hebben namelijk als samenleving een afspraak met onze overheid: de staat beschermt ons als burger, in ruil voor het deels opgeven van onze privacy. In dat sociale contract vragen wij de staat ons te beschermen tegen bedreigingen van buitenaf, zoals terrorisme en criminaliteit; maar ook tegen de macht van de staat zelf. Daarmee geven wij deels onze privacy op, bijvoorbeeld fysieke privacy (waarbij de staat ons controleert als we reizen) of relationele privacy (waarbij de staat achter de voordeur ingrijpt als er sprake is van mishandeling). Privacy is dus altijd een recht dat wordt afgewogen tegen andere principes.

Een tweede misvatting over privacy als absoluut recht ligt in het verlengde van dat sociale contract. Een inlichtingendienst probeert onze veiligheid te beschermen door bepaalde gebeurtenissen te voorkomen. Dat houdt in dat ze zich per definitie bezig houdt met het in de gaten houden (soms vergaand, soms minder vergaand) met onschuldige burgers, in die zin dat de persoon in kwestie vaak nog niet iets strafbaars heeft gedaan. Vergelijk het met een snelweg waarop je ongericht metadata kunt verzamelen (welke auto’s rijden voorbij, met welke snelheid, in welke richting?) of gerichte data (waar gaat specifiek die blauwe VW naartoe, wie zit erin, waar staat de auto stil en wat doet de bestuurder?).

Kortom, veel van de critici lijken meer te strijden voor de illusie van privacy dan daadwerkelijk een inhoudelijk debat aan te gaan over de juiste balans tussen veiligheid en privacy. Daarmee is niet gezegd dat de nieuwe bevoegdheden zoals voorgesteld in de WIV per definitie onze goedkeuring verdienen. In de woorden van Larry Ellison, voormalig CEO van Oracle: “The privacy you’re concerned about is largely an illusion. All you have to give up is your illusions, not any of your privacy.” Dat betekent dat we voorbij moeten aan het argument van ‘de privacy’ en in plaats daarvan veel specifieker moeten vragen: welke privacy?