De mening van studenten over inlichtingen- en veiligheidsdiensten, deel 2

Tim Dekkers

In het vorige blog zijn we ingegaan op een kleine enquête die is afgenomen onder studenten Crisis and Security Management die het vak World of Intelligence volgen. In dit blog zullen we de resultaten hiervan verder bespreken. Hierbij zullen de stellingen waarover studenten hun mening hebben gegeven centraal staan.

De eerste stelling is “ik vind privacy belangrijker dan veiligheid.” Dit is een klassiek dilemma dat ook in het debat rondom de nieuwe WIV veelvuldig naar voren komt. Onderstaande grafiek geeft aan dat hoewel studenten grotendeels hun veiligheid vooropstellen ze gedurende de collegereeks van World of Intelligence iets meer naar de kant van privacy zijn gaan leunen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat tijdens de collegereeks de methoden en bevoegdheden van inlichtingendiensten vanuit verschillende optieken aan bod is gekomen en studenten hierdoor een ander perspectief hebben gekregen op de spanning tussen veiligheid en privacy (zie ook de blog van Liesbeth van der Heide).

De tweede stelling is “inlichtingendiensten maken mijn land veiliger.” Als eerste moet opgemerkt worden dat op beide meetmomenten studenten positief staan ten opzichte van deze stelling, gezien geen enkele student het oneens is met de stelling en slechts een klein aantal neutraal ten opzichte van de stelling is. Wel blijkt dat studenten in de tweede enquête iets gematigder zijn in hun overtuiging. Mogelijk heeft de complexiteit rondom inlichtingenwerk zoals dat tijdens het vak besproken is hieraan bijgedragen.

De derde stelling die aan studenten is voor gelegd is “inlichtingendiensten hebben meer bevoegdheden nodig om de maatschappij te beschermen.” Op beide momenten zien we een aardige verdeling onder de studenten. Wel kunnen we waarnemen dat gedurende het vak studenten iets meer neigen naar een neutraal of negatief antwoord op de stelling. In het vak zijn de mogelijkheden van inlichtingendiensten veelvuldig aan bod gekomen, waardoor studenten mogelijk van mening zijn dat de huidige kaders voldoende ruimte bieden aan de diensten.

Als vierde hebben we studenten gevraagd te reageren op de stelling “ik vertrouw erop dat inlichtingendiensten hun bevoegdheden zorgvuldig en verantwoord toepassen.” Hierin zien we dat de mening van de studenten over het algemeen positief is: veruit de meeste studenten geven aan het eens te zijn met de stelling. Wel zien we dat gedurende het college het vertrouwen in de diensten iets toeneemt. Tijdens de collegereeks hebben ook veel mensen uit de praktijk van inlichtingenwerk een gastcollege gegeven over waar zij dagelijks mee bezig zijn. Mogelijk heeft deze kijk op de praktijk aan de toename in vertrouwen door studenten bijgedragen.

De vijfde stelling die aan studenten is voorgelegd is “er is voldoende toezicht en controle op de inlichtingendiensten.” Hierin zien we het grootste verschillen tussen de twee meetmomenten van alle stellingen. Waar studenten in eerste instantie voornamelijk neutraal antwoordden, zijn ze na het vijfde college het grotendeels eens met deze stelling. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het vijfde college ging over toezicht over de diensten en hebben studenten onder andere een gastcollege gekregen van Mireille Hagens, onderzoeker bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten. Het is daarmee mogelijk dat de verse informatie over het toezicht de antwoorden van hebben beïnvloed studenten.

Als laatste hebben we nog aan studenten gevraagd of er punten waren waarover zij van mening waren veranderd. Uit deze opmerkingen blijkt dat studenten met over het toezicht en controle van mening andere inzichten hebben gekregen. Het commentaar richt zich met name op hoe belangrijk toezicht is, met name wanneer de diensten steeds meer bevoegdheden krijgen. Echter zijn ook deze nieuwe inzichten mogelijk geen toeval gezien het net gevolgde college over toezicht. Desondanks is het bovenstaande aan aanwijzing dat in de communicatie rondom de nieuwe WIV het toezicht in het bijzonder nog meer aandacht dient te krijgen.

Lees ook deel 1 van Tim Dekkers’ blog

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *